01.09.2011

Interview met de minister van onderwijs Pascal Smet

 

Regelmatig kan men in de pers lezen dat hervormingen in onderwijs niet eenvoudig zijn omwille van sterke vakbonden. Wij hebben dit nooit als een verwijt ervaren, wel integendeel. Sterke vakbonden zijn immers geen obstakel bij hervormingen. Uitgerekend de vakbonden zijn in staat om het draagvlak voor hervormingen te realiseren. Dat betekent dat wij in samenspraak met onze leden steeds de personeelsbelangen op tafel zullen leggen en ze hardnekkig zullen verdedigen. Alleen zo ontstaat bij het personeel het gevoel dat ze betrokken worden bij grote veranderingen en gelijktijdig de noodzakelijke voorwaarden worden vervuld om dossiers op de werkvloer ingang te doen vinden. Vakbonden wijzen met andere woorden de veranderingen niet blindelings af, maar tekenen nooit een blanco cheque waar het personeel moet voor opdraaien.
Het lijkt ons dus nuttig om dit belangrijke schooljaar aan te vangen met een gesprek met de minister Pascal Smet.
Zoals zal blijken is dit geen eindpunt maar een begin.

- Het secundair onderwijs is het laatste grote onderwijsniveau dat voor een grote hervorming staat.Welke doelstellingen heeft u voor ogen die men moet bereiken.Wat mag het personeel hiervan verwachten?
De hervorming van het secundair onderwijs is inderdaad een hele uitdaging, maar is ook nodig. Het secundair onderwijs van de toekomst moet meer dan nu in staat zijn alle leerlingen, zowel de zwakkeren als de sterkeren, zo ver mogelijk te brengen in de ontwikkeling van hun kennis, vaardigheden en attitudes, zodat zij zich kunnen ontplooien tot sterke persoonlijkheden, kunnen deelnemen en bijdragen aan het maatschappelijk leven en met kans op succes kunnen leren en werken.
De hervormingsplannen zijn erop gericht de sterke punten van het secundair onderwijs te behouden en te werken aan de zwakkere punten. Belangrijke uitdagingen zijn het optrekken van de resultaten van de zwakst presterende leerlingen, het niet langer reproduceren van sociale ongelijkheid, het terugdringen van de ongekwalificeerde uitstroom en het opkrikken van het welbevinden van de leerlingen.
Bij het beging van het schooljaar 2010-2011 lanceerde ik de eerste oriëntatienota “Mensen doen schitteren” die dieper ingaat op de onderwijsinhouden en –doelen, de vlotte doorstroom vanuit het basisonderwijs, de versterking van de studiekeuze- en schoolloopbaanbegeleiding en de nieuwe structuur van het secundair onderwijs, waarbij de opdeling aso/tso/bso/kso verlaten wordt en het aantal richtingen in de tweede en de derde graad wordt gereduceerd.
Er wordt resoluut gekozen voor een onderwijsbeleid dat gericht is op het verwerven van competenties met het decreet Vlaamse kwalificatiestructuur als de ruggengraat. De te verwerven competenties worden vertaald in eindtermen en op basis van die eindtermen schrijven de onderwijsverstrekkers voor elke studierichting leerplannen uit.
Schoolloopbaanbegeleiding en gefaseerde studiekeuze lopen als een rode draad door de structuur en het curriculum. In alle jaren wordt differentiatie (d.i. remediëring of verdieping of verbreding) structureel ingebouwd.
Op die eerste nota zijn zeer veel reacties gekomen die we nu proberen te verwerken. Tevens bereiden we momenteel de volgende nota voor waarin het onderwijslandschap, de financiering, de personeelsaspecten en alle aspecten van de schoolorganisatie aan bod laten komen. Het is nog te vroeg om hier al de personeelsaspecten uit de doeken te doen. Maar dat ook deze hervorming maar kan slagen, als alle neuzen in dezelfde richting staan en als er voldoende veranderingsbereidheid is, kan ik niet loochenen.


- Hervormingen in het onderwijs worden vaak gebruikt/misbruikt om besparingen te realiseren. Deze vrees hangt als een schaduw over de hervorming van het secundair onderwijs, wat is uw visie hierover?
Mijn bedoeling is helemaal niet om te besparen in het secundair onderwijs! Wel is het zo dat ik voor de hervorming geen bijkomend budget heb voorzien, omdat ik van oordeel ben dat er een rationalisering mogelijk is in het secundair onderwijs. Ik vind het trouwens een goed algemeen principe dat we als een goede huisvader altijd eerst nagaan of het belastingsgeld dat we uitgeven, goed besteed is, dan wel anders moet ingezet worden, vooraleer we nieuw budget voorzien.


- Over personeel gesproken:het grote loopbaandebat gaat van start.Wat zijn hier de krachtlijnen?
Het loopbaandebat heeft als algemene doelstelling hoogopgeleide excellente leraren aan te trekken en te behouden voor het onderwijs in Vlaanderen en dit binnen een context van krimpend aanbod aan hoogopgeleide werknemers op de arbeidsmarkt en in combinatie met enerzijds een explosieve groei van leerlingen enerzijds en anderzijds een toenemende diversiteit binnen die leerlingenpopulatie.
Ik hoop dat wij hierover onbevangen en zonder taboes zullen kunnen spreken met de sociale partners, want we staan voor een gigantische uitdaging en wat oplossingen in de marge zal niet voldoende zijn.
We moeten ervoor zorgen dat hoogopgeleide jongeren en werknemers opnieuw bewust kiezen voor het beroep van leraar. Dat beroep moet opnieuw een prestigeberoep worden.
Een beroep kan natuurlijk alleen maar prestige genieten, als iedereen de professionaliteit ervan erkent. Leraren moeten opgeleid zijn om binnen de steeds sneller veranderende maatschappelijke context hoogstaand onderwijs aan te bieden aan elke leerling. Zij moeten continu investeren in hun eigen ontwikkeling.
Een leraar staat ook niet langer alleen in zijn klas. Hij maakt deel uit van een team, geleid door een beleidskrachtig schoolbestuur en een competent directieteam dat de uitdagingen waar een school voor staat, kan aangaan.
Binnen dat kader moeten we aan de slag met veel agendapunten die er allemaal toedoen. Ik zou graag redelijk snel tot grote principiële afspraken willen komen, zodat daarna de verdere specifieke werkzaamheden kunnen gebeuren.


- Geen taboes hebben, zet de poort natuurlijk niet open om met zomaar alles akkoord te gaan. Moeten wij vrezen dat ook de vaste benoeming onder vuur zal komen te liggen?
Vanaf het begin van het overleg met de sociale partners heb ik uitdrukkelijk gesteld dat ik de vaste benoeming als principe niet in vraag zou stellen! We moeten wel kunnen spreken over de modaliteiten van de vaste benoeming, ook in het kader van een flexibelere inzetbaarheid in de scholengemeenschap bvb. Misschien moeten we in sommige sectoren ook een maximum benoemingspercentage invoeren. Ik denk dan aan het volwassenenonderwijs, waar de nood aan het snel inspelen op leerbehoeften van de cursisten die snel veranderen, zeer groot is. Een andere mogelijkheid is in die gevallen verplichte herscholing te voorzien. We moeten ons bvb. ook durven afvragen of vastbenoemde personeelsleden die een verlofstelsel nemen, onbeperkt in tijd hun “stoel” kunnen behouden. Enfin, dit zijn maar enkele voorbeelden van wat ik bedoel met “modaliteiten”, maar nogmaals de vaste benoeming als dusdanig wil ik niet afschaffen, hoewel sommige parlementairen dat graag anders zouden zien.


- In het hoger onderwijs begint men met de integratie van academische  opleidingen hogescholen in de universiteiten.Voor de personeelsleden die erbij betrokken zijn is dit een belangrijk decreet. Hoe zullen hun belangen worden gevrijwaard?
Deze hervorming van het hoger onderwijs is inderdaad belangrijk. De algemene memorie van het voorontwerp van decreet is – weliswaar nog in vier aparte delen – uitgeschreven en als mededeling op de Vlaamse Regering geagendeerd op 15 juli 2011. Momenteel wordt het voorontwerp van decreet zelf uitgeschreven.
Wat het personeelsluik betreft, willen wij met de grootste zorg te werk gaan. Het welslagen van de integratieoperatie zal immers voor een groot deel afhangen van de manier waarop wij de personeelsthematiek behandelen. Het is van zeer groot belang dat de veranderingen zullen aanvaard worden door de betrokken personeelsleden.
Wij willen dan ook dat de uitgewerkte regeling de betrokken personeelsleden de grootst mogelijke waarborg biedt, opdat zij na de integratie hun opdracht in de geïntegreerde opleidingen kunnen verder zetten. Dat is niet meer dan billijk voor die personeelsleden, maar dat is ook in het belang van de betrokken studenten om voor hen de continuïteit te waarborgen. We willen een sociaal passief absoluut vermijden.
Verder zal de regeling rekening houden met de volgende uitgangspunten:

  1. behoud van de verworven rechten van de betrokken personeelsleden;
  2. er moeten een aantal mogelijkheden en uitdagingen gecreëerd worden, zodat de betrokken personeelsleden een volwaardige rol kunnen spelen binnen de universiteiten en dus nog een interessante verdere loopbaan kunnen uitbouwen.

De integratie van de academische hogeschoolopleidingen impliceert dat vanaf het academiejaar 2013-2014 de universiteiten de volledige verantwoordelijkheid dragen. Ook de betrokken personeelsleden zullen dus hun opdracht onder de verantwoordelijkheid van de universiteiten uitvoeren.
Wij hadden het liefst gezien dat de universiteiten zowel de juridische als de feitelijke werkgever zouden zijn, maar dat is momenteel niet mogelijk, net omwille van het feit dat we de verworven rechten, ook op het vlak van pensioenen willen garanderen. Binnen de huidige pensioenregelgeving zouden de personeelsleden bij volledige overdracht naar de universiteit hun pensioenrechten verliezen. Om dat te vermijden zullen de hogescholen juridische werkgever blijven en de universiteiten de rol van feitelijke werkgever op zich nemen.
Het is echter vanzelfsprekend dat wij alles in het werk zullen stellen – in samenspraak trouwens met de Franse Gemeenschap – om de federale overheid te vragen de pensioenregelgeving aan te passen, zodat alsnog volledige juridische integratie van de betrokken personeelsleden in de universiteiten mogelijk te maken.


- Het dossier leerzorg heeft u overgenomen van Frank Vandenbroucke.Wat wil er nog mee bereiken?
Zoals jullie weten, was er op het einde van vorige regeerperiode geen voldoende draagvlak in het onderwijsveld om het decreet leerzorg te realiseren.
In het voorbije schooljaar is er dan intensief gepraat met de sociale partners (vakorganisaties, koepels en het GO!) in resonantiegroepen met de bedoeling het draagvlak voor een geleidelijke invoering van het decreet leerzorg te vergroten.
Ik heb echter moeten vaststellen dat dit niet gelukt is, zeker niet bij de vakorganisaties die daarover niet alleen in hun tijdschriften, maar ook via een gemeenschappelijke brief aan mij gericht.
Jullie stellen duidelijk dat er eerst werk moet gemaakt worden van de nodige financiële middelen voor de implementatie van het decreet, maar vragen ondertussen wel dat de Vlaamse Regering werk zou maken van een aan deze tijd aangepaste organisatie van het buitengewoon onderwijs, een verbetering van de arbeidssituatie van de GON-leerkrachten en van een haalbaar en realistisch beleid inzake competentieontwikkeling van personeelsleden in het gewoon onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
Ik zal over de verder te volgen weg in de loop van september 2011 feedback geven aan de resonantiegroepen. Het lijkt mij dan ook aangewezen momenteel hierover niet in detail te treden.


- Het DKO gaat nieuwe wegen bewandelen ,mogen de personeelsleden er gerust in zijn dat de kwaliteit niet zal verminderen?
Eigenlijk is dit een rare vraag, want het zijn de personeelsleden zelf en de directie die instaan voor de kwaliteit van de opleidingen. Alleszins is het mijn bedoeling dat het nieuwe decreet een modernisering van DKO tot gevolg heeft, zonder echter in te boeten op de noodzakelijke kwaliteit.
In tegendeel zelfs, want het is ook de bedoeling om in DKO ook certificering mogelijk te maken. Dat betekent dat er eindtermen en basiscompetenties moeten geformuleerd worden en dat de leerplannen moeten aangepast worden. Ook daarin zal het onderwijsveld echter betrokken worden. Ik ben er dus gerust in dat de kwaliteit niet zal verminderen.


- Het basisonderwijs en meer bepaald het kleuteronderwijs kwam regelmatig in het nieuws ivm de omkadering.Wat mag men hier verwachten?
Met het nieuwe omkaderingssysteem voor het basisonderwijs dat van start gaat op 1 september 2012 wordt de omkadering van het kleuteronderwijs op het niveau van het lager onderwijs getrokken. Bovendien worden er 52 miljoen euro extra middelen ingebracht, goed voor de aanwerving van ongeveer 1.300 VTE.
De maatregel houdt echter niet alleen een uitbreiding van de omkadering in, maar ook een rechtvaardigere verdeling ervan.
Het aantal lestijden in het kleuteronderwijs stijgt met 8,2 %, in het lager onderwijs met 1,6 %. De bijkomende omkadering gaat dus wel degelijk in de eerste plaats naar de kleuterscholen.
Het optrekken van de omkadering reflecteert ook in het gemiddelde leerlingen/leraar-ratio. Dit cijfer zakt met dit nieuwe omkaderingssysteem in het kleuteronderwijs van 17,5 naar 16,2 en in het lager onderwijs van 17,0 naar 16,8. Bovendien wordt de leerlingen/leraar-ratio van een school die meer dan 18,5 bedraagt afgetopt naar 18,5.
Ik meen dat we met dit dossier als Vlaamse Regering woord houden!

- In het najaar gaan de onderhandelingen cao van start. Zonder in detail te gaan zullen onze leden zich afvragen of het ditmaal een kwantitatieve cao zal worden.
Er zal inderdaad budgettaire ruimte zijn om één en ander te kunnen afspreken, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Hugo.deckers@acod.be

 

 
 
ACOD Onderwijs in je buurt
provincie Antwerpen
regio Brussel
provincie Limburg
secretariaat Mechelen
provincie Oost-Vlaanderen
provincie Vlaams-Brabant
provincie West-Vlaanderen
 
Snel naar
salarisschalen
persberichten
begeleiders inspraakorganen
lokale overlegplatforms
links
hoger onderwijs
Basiseducatie
webmaster
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  © acod onderwijs 2011 - Fontainasplein 9 - 11, 1000 Brussel - tel. 02/5085880
UA-4809489-1