Net zoals de personeelsleden uit het leerplicht – en het volwassenenonderwijs recht hebben op uitzonderlijk verlof, naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis, zo hebben de personeelsleden van de Basiseducatie het recht met behoud van loon om ter gelegenheid van bepaalde gebeurtenissen afwezig te blijven; het zogenaamde ‘klein verlet’. Het personeelslid moet de toelating vragen om afwezig te blijven van zodra het op de hoogte is van de gebeurtenis die de afwezigheid rechtvaardigt.
De dagen afwezigheid worden niet toegekend en niet betaald indien de gebeurtenis zich voordoet op een dag waarop normaal niet wordt gewerkt of tijdens de jaarlijkse vakantie.
Hieronder volgt een lijst met opgesomde gebeurtenissen en het aantal dagen verlof dat aan deze gebeurtenissen is gekoppeld.
Reden van afwezigheid |
Duur van afwezigheid |
Huwelijk van de werknemer |
Twee dagen , door de werknemer te kiezen tijdens de week waarin de gebeurtenis plaats grijpt of tijdens de daaropvolgende week |
Huwelijk van een kind (1) van de werknemer, of van zijn echtgeno(o)t(e)., of van een broer, zus, schoonbroer, schoonzus, vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder, of kleinkind van de werknemer |
De dag van het huwelijk |
Geboorte van een kind (1) van de werknemer |
Tien dagen door de werknemer te kiezen binnen de dertig dagen, te rekenen vanaf de bevalling, waarvan de eerste drie dagen met behoud van zijn normaal loon, en de volgende zeven dagen met een uitkering in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. |
Overlijden van de echtgeno(o)t of van een kind (1) van de werknemer of van de vader, moeder, schoonvader, schoonmoeder, stiefvader, of stiefmoeder van de werknemer |
Drie dagen, door de werknemer te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis |
Overlijden van een broer, zus, schoonbroer, schoonzus, overgrootvader, overgrootmoeder, grootvader, grootmoeder, kleinkind, achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die bij de werknemer inwoont (2) |
Twee dagen, door de werknemer te kiezen in de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis |
Overlijden van een broer, zus, schoonbroer, schoonzus, overgrootvader, overgrootmoeder, grootvader, grootmoeder, kleinkind, achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die niet bij de werknemer inwoont (2) |
De dag van de begrafenis |
Deelname aan het feest van de “vrijzinnige jeugd” of Plechtige communie van een kind (1) van de werknemer of van zijn echtgeno(o)te |
De dag van de plechtigheid of het feest |
Wanneer dit samenvalt met een zondag, een feestdag of een gewone inactiviteitsdag: |
De gewone activiteitsdag die de gebeurtenis onmiddellijk voorafgaat of volgt |
Bijwonen van een bijeenkomst van een familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter |
De nodige tijd met een maximum van één dag |
Deelneming aan een jury, oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van een arbeidsrechtbank |
De nodige tijd, met een maximum van vijf dagen |
Uitoefening van een ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen |
De nodige tijd |
Uitoefening van het ambt van bijzitter in één van de hoofdbureaus bij de verkiezing van het Europese Parlement |
De nodige tijd, met een maximum van vijf dagen |
Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdbureau voor stemopneming bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteverkiezingen |
De nodige tijd, met een maximum van vijf dagen |
Onthaal van een kind (1) in het gezin van de werknemer in het kader van een adoptie |
Tien dagen, te kiezen binnen dertig dagen volgend op de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft, als deel uitmakend van het gezin.
Gedurende de eerste drie dagen afwezigheid geniet de werknemer het behoud van zijn loon. Gedurende de volgende zeven dagen geniet de werknemer een uitkering waarvan het bedrag wordt bepaald door de Koning en die de werknemer wordt uitbetaald in het raam van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen |